Opkomst en ondergang van Utrechtse schaakclubs

De stad Utrecht heeft sinds de negentiende eeuw rond de veertig schaakclubs gekend. Binnen de huidige gemeentegrenzen zijn er thans zeven zelfstandige clubs: Oud Zuylen Utrecht, Paul Keres, UCS De Rode Loper, Moira-Domtoren, Magnus en TRIO (De Meern) en PCA De Damrakkers.

Er is in die anderhalve eeuw nogal wat gebeurd: clubs fuseerden, gingen op in andere clubs, werden opgeheven of verdwenen gewoon geruisloos. De nodige fusies werden ook afgeblazen.

Vooral in de jaren dertig van de vorige eeuw kende Utrecht een betrekkelijk groot aantal clubs. Tijdens die crisisjaren zijn er veel verenigingen opgericht: de grote werkloosheid noopte mensen om hun leven een andere invulling te geven. Ook de Stichts-Gooise Schaakbond zag het levenslicht en wel in 1931.

Nog groter was waarschijnlijk het zogenaamde Euwe-effect: nadat Max Euwe in 1935 wereldkampioen werd, steeg het aantal leden van schaakclubs landelijk grofweg van vierduizend naar twaalfduizend. Ook Schaakclub Oud Zuylen werd in deze hausse opgericht.

Schaakclub Utrecht

De oudst bekende club van Utrecht is niet Schaakclub Utrecht, maar de Utrechtsche Schaakvereeniging, opgericht in 1871. Later werd deze vereniging een afdeling van de Nederlandsche Schaakbond (opgericht in 1873), waaruit  Schaakclub Utrecht is voortgekomen. De officiële oprichtingsdatum van Schaakclub Utrecht is 5 oktober 1886, maar uit Eeuwig Schaak (zie bronnen) blijkt dat de zaak niet zo eenvoudig ligt en dat ook een andere datum gekozen had kunnen worden.

Uit Schaakclub Utrecht zijn twee andere verenigingen ontstaan. Eduard Lodewijk Olland en Wennekendonk, oprichters van de Schaakclub Utrecht, namen het initiatief genomen voor de oprichting van de Utrechtsche Werkliedenschaakvereniging in 1888. Er bestonden in die tijd overigens nog meer arbeidersschaakclubs, zoals blijkt uit reglementen van Schaakclub Utrecht: voor leden van arbeidersschaakclubs gold een gereduceerde tarief. De contributie van Schaakclub Utrecht was voor veel arbeiders te hoog.

De tweede club die uit Schaakclub Utrecht voortkwam, was de Damesschaakvereniging Utrecht, opgericht in 1897. Beide clubs zijn in de jaren tien van de vorige eeuw opgeheven.

Fusieplannen zijn er bij Schaakclub Utrecht maar op twee momenten geweest. Allereerst in de jaren vijftig, toen ook veel andere clubs te maken hadden met teruglopende ledenaantallen. De televisie kreeg de schuld: dit nieuwe venster op de wereld zou het einde van het verenigingsleven betekenen.

Tegenwoordig kijken we daar anders tegenaan: ons kijkgedrag is ingrijpend veranderd en nu worden internet en games als boosdoeners van afnemende belangstelling voor de schaaksport genoemd. Je vraagt je af hoe de situatie is als we weer een halve eeuw verder zijn.

Maar terug naar de jaren vijftig. In het seizoen 1958-1959 was er sprake van een crisis: degraderende tientallen, minder leden en dus minder inkomsten (de bodem van de schatkist kwam in zicht). Ook bij De Dom was er sprake van een vergelijkbare malaise. De gesprekken tussen de besturen van beide clubs verliepen goed en ook qua cultuur pasten ze wel bij elkaar (De Dom was ook een club voor de chic, dit in tegenstelling tot de veelal wat volksere verenigingen uit Noord-Utrecht). Maar de ledenvergaderingen van beide clubs keurden de fusieplannen af: behoud van eigen identiteit kreeg voorrang. Men vreesde de ondergang kennelijk niet (De Dom zou overigens later wel met Tuindorp fuseren, zie onder).

De tweede crisisperiode was meer dan een halve eeuw later. Ledenverlies en financiële problemen noopten Schaakclub Utrecht ditmaal wèl om te fuseren omdat een gewisse ondergang onvermijdelijk leek. In 2015 ging het bestuur met andere Utrechtse clubs in gesprek om deze stap te zetten. Uiteindelijk resulteerde dit in een samengaan van Schaakclub Oud Zuylen en Schaakclub Utrecht. Vanaf 1 juni 2016 vormen beide clubs formeel één vereniging onder de naam Oud Zuylen Utrecht. Een belangrijk punt uit de intentieverklaring was: “Als oprichtingsdatum van de nieuwe vereniging wordt aangehouden: 5 oktober 1886 (de oprichtingsdatum van SC Utrecht). In de communicatie (website) zullen de namen van beide ‘oude’ verenigingen terugkomen (inclusief de oprichtingsdatum van SC Oud Zuylen: 11 november 1936).”

Fusievergadering Schaakclub Utrecht, 14 januari 2016. Achter de tafel: vlnr Johan Voskuil, Harm-Theo Wagenaar, Evert de Graaf, Marc Schwartz
Voorste rij: vlnr Hemmo Mulder, Maarten Post, Jelmer Jens, Marc Speijers, Hans van Lent, Jon van Midde, Pascal Boittin. Achterste rij vlnr Marijke Kok, Gerard van Steenderen, Meindert van de Linde, Arend van Oosten, Hidde Bok, Hans Meijer. Op de voorgrond: Alwin van Ee. Rechts uit beeld vallend: Robert Beekman en Vincent Diepeveen. Foto: Steven Vugteveen

 

Oud Zuylen

Oud Zuylen werd opgericht op 11 november 1936. De naam was aanvankelijk ‘Schaakclub Oud Zuijlen’. In die dagen werd de spelling Zuilen, Zuijlen en Zuylen door elkaar gebruikt. Wij gebruiken hierna: Oud Zuylen.

Net na de Tweede Wereldoorlog wees men fusies nog resoluut af. In de notulen van de bestuursvergadering van 24 september 1945 valt te lezen: “Hierna deelt de voorzitter mede dat er nog al hier en daar over fusie is gesproken van kleinere vereenigingen. Eenparig is het bestuur van meening hiertoe nooit over te gaan.”

Op de bestuursvergadering van 28 april 1947 brengt de voorzitter het idee naar voren om de naam van de vereniging te veranderen, in verband met het feit dat ‘Oud Zuylen’ nogal eens verward wordt met ‘Zuilen’. Namen als “S.O.Z.”, “Elinkwijk” en “Centrum” worden genoemd. Dit voorstel werd later dat jaar op de Algemene Ledenvergadering afgewezen.

Al in 1947 werd evenwel een poging gedaan om tot samenwerking te komen tussen de toenmalige vier schaakverenigingen in noordelijk Utrecht en Zuilen, te weten Het Sticht (opgericht in 1932), Personeelsvereniging Werkspoor Utrecht (P.V.W.U., schaakafdeling opgericht in 1942), Schaakvereniging Zuilen en Oud Zuylen (de laatste twee dient de lezer niet te verwarren!). De betrokken partijen waren nog niet overtuigd van het nut van een dergelijk samengaan en het plan werd van tafel geveegd.

Naar aanleiding van een massakamp tussen Oud Zuylen en Het Sticht in september 1950 werd de oude gedachte nieuw leven in geblazen. Een vergadering volgde, waarin beide verenigingen besloten tot een permanente samenwerking met als doel: “Het schaakspel in Utrecht-Noord en Zuilen te propageren door het organiseren van toernooien, simultaanseances, lezingen e.d.” Uitdrukkelijk werd vastgelegd dat ook P.V.W. en Schaakvereniging Zuilen hartelijk welkom zouden zijn, hoewel er in 1947 bij deze clubs nog geen interesse voor samenwerking bestond. P.V.W. kwam al snel na deze verklaring de gelederen van Oud Zuylen versterken en men hoopte dat Zuilen dit voorbeeld zou volgen.

Ter gelegenheid van het 15-jarig bestaan van Oud Zuylen werd een jubileumtoernooi met ver over de 100 deelnemers georganiseerd, in samenwerking met Het Sticht en P.V.W. Dit was zo’n succes dat men in 1952 weer een jubileumtoernooi hield, ditmaal ter gelegenheid van het 20-jarig bestaan van schaakclub Het Sticht en het 10-jarig bestaan van schaakclub P.V.W. Ja, ook in die dagen grossierde men in jubilea. De organisatie was in handen van de ‘Commissie van Samenwerking’. Een fusie leek niet meer veraf.

Beide toernooien vonden plaats op drie locaties: Café Olympia aan de Amsterdamsestraatweg 346, waar Het Sticht speelde, het Ontspanningsgebouw van Werkspoor (P.V.W.U.) en de school aan het Bisschopsplein 2, de toenmalige speellocatie van Oud Zuylen. Onder de deelnemers treffen we Henk Bloemink en Jo Drijver aan.

Ook Oud Zuylen kreeg in de jaren vijftig te maken met een teruglopend ledenaantal. Tijdens de jaarvergadering in 1953 sprak de voorzitter de hoop uit dat er weer nieuwe leden kwamen omdat van clublokaal was veranderd. Ook het woord ‘fusie’ viel weer. Er was een brief binnengekomen van Ds. Schouten, waarin hij nogmaals het plan opperde om tot een fusie te komen tussen de genoemde vier schaakverenigingen in Utrecht-Noord en de gemeente Zuilen (tot 1954 zelfstandig). Het Sticht wees de fusie van de hand, maar Schaakvereniging Zuilen sprak zich uit vóór fusie met Oud Zuylen.

Dat bleek niet eenvoudig. Zuilen wilde met Oud Zuylen fuseren mits aan negen voorwaarden werd voldaan. Deze punten moesten in zijn geheel worden aangenomen. Oud Zuylen was echter niet noodlijdend en hoefde de voorwaarden niet te accepteren. Punten waarop de leden van Oud Zuylen onder meer kritiek hadden, waren de volgende. Men had moeite met het samenstellen van de tientallen. De bestuursleden die Zuilen voorstelde, moesten volgens de Oudzuylenaren eerst worden gekozen en niet zonder meer in het bestuur opgenomen. Zo was er veel tegenstand tegen het wedstrijdleiderschap dat de heer Schoep voor zichzelf opeiste.

Zoals te verwachten ging deze fusie niet door (Schaakvereniging Zuilen zou later opgaan in De Dom). Niet lang daarna besprak het bestuur van Oud Zuylen met het Hoofdbestuur van P.V.W. over de voorwaarden waaronder de schaakclub van P.V.W. bij Oud Zuylen zou worden opgenomen.

Zeven jaar na de eerste fusieplannen was het eindelijk zover: op 1 september 1954 fuseerde Oud Zuylen met de schaakafdeling van P.V.W., de onderafdeling van de personeelsvereniging van Werkspoor. De officiële naam werd volgens de statuten: Schaakvereniging Oud-Zuylen-P.V.W.U. Er vonden massakampen plaats met de P.V.W.A., de personeelsvereniging van Werkspoor Amsterdam. De toevoegingen P.V.W.U. en P.V.W. werden soms door elkaar gebruikt, maar vanaf 1973 weggelaten en dan is het weer gewoon: Oud Zuylen. Zo is er ook nog een periode geweest dat de officiële naam “Oud-Zuylen” was, maar het streepje verdween eveneens.

Door de fusie en de lage contributie nam het aantal leden na 1954 weer flink toe.

In 1959 kreeg Oud Zuylen-P.V.W.U. Ook nog tien overgebleven leden van Het Sticht (1932-1959) erbij, waarmee laatstgenoemde vereniging dus ophield te bestaan.

Oud Zuylen nam van nog twee op te heffen verenigingen leden over, van De Stichtse Toren (opgericht in 1952) en de kleine katholieke club M.A.T. (opgericht in 1935), voluit Rooms-Katholieke Schaakvereniging “Met Alle Toewijding.” (Bij deze club is Gerard Verholt begonnen. Later ging hij naar Schaakclub Utrecht.) De Stichtse Toren werd opgeheven tussen 1956 en 1960, M.A.T. heeft het volgehouden tot 1965.

Wanneer de schaakclub van de personeelsvereniging van DEMKA (oprichting: 1942 of eerder) is opgeheven, is evenmin bekend. De resterende leden gingen naar Oud Zuylen.

Ook enkele leden van Dam- en Schaakvereniging Overvecht zijn overgestapt naar Oud Zuylen. Overvecht werd in 1966 of later opgericht. Het was de club van jeugdtrainer Gerrit van ’t Hof. Rond 1990 liep de schaakafdeling terug en Van ’t Hof vertrok in 1991 naar Oud Zuylen, in 1992 gevolgd door Ton Mackaaij, toen nog jeugdlid, maar al vrij snel bestuurslid enjeugdleider. Aan het einde van het seizoen, in juni 1993, werd de schaakafdeling van Overvecht opgeheven. Speelzaal was het Johannescentrum aan de Moezeldreef. De damafdeling heeft nog bestaan tot 5 mei 2014, toen de vereniging officieel werd opgeheven.

In 2012 ging Goede Zetten Zat op in Oud Zuylen. Goede Zetten Zat (GZZ) is een verhaal apart, want deze vereniging was zelf een fusieclub.

Dat zat zo: de in 1928 opgerichte Schaakclub Oog in Al ging in 1996 op in Schaakvereniging Kanaleneiland, die zelf van 1961 is. In 2007 kreeg Kanaleneiland een nieuwe naam omdat men de oude niet fijn meer vond klinken: Goede Zetten Zat.
In al die jaren heeft de vereniging vele gedaanten aangenomen (van buurtclubje tot KNSB-vereniging). Vanaf september 2002 speelde GGZ op dinsdagavond in het Nationaal Denksportcentrum Den Hommel). In 2012 is, zoals gezegd, Goede Zetten Zat opgegaan in Oud Zuylen.

Moira-Domtoren

Moira werd in 1957 opgericht als onderdeel van de personeelsvereniging van verzekeringsmaatschappij Moira.

Schaakvereniging Zuilen was al opgericht in 1927. Nadat de fusieplannen met Schaakclub Oud Zuylen van de baan waren, is Zuilen in 1954 opgegaan in schaakclub De Dom, dat zelf was opgericht in 1934.

In 1969 kwam er een voorstel van De Dom (dat rond die tijd 2e klasse KNSB speelde – de 3e klasse bestond toen nog niet) om samen met de Utrechtse Christelijke Schaakvereeniging (U.C.S., vanaf 1985 met toevoeging De Rode Loper) en Tuindorp één grote club te vormen. U.C.S. wees dit voorstel af. De Dom ging vervolgens wel samen met Tuindorp onder de naam De Dom-Tuindorp, kortweg DTU. DTU fuseerde later met Moira tot Moira-Domtoren.

In het najaar van 1987 werd in het kraakpand Nieuw-Amelisweerd een schaakclub opgericht. De naam werd: Schaakvereniging Landhuis Nieuw-Amelisweerd, kortweg LNA, verzonnen door schaakorganisator Pascal Boittin, omdat de afkorting op z’n Frans uitgesproken klinkt als ‘Helena’. De leden uit de begintijd waren voornamelijk afkomstig uit het vriendenteam Paul Keres V. Het bestuur van Paul Keres zag het bestaan van een dergelijk team met lede ogen aan en wist de ledenvergadering ervan te overtuigen dat het in feite geen bestaansrecht had. Daar de vrienden bij elkaar wilden blijven, was dit een van de redenen om een nieuwe club op te richten.

Aanvankelijk speelde men ook in het landhuis van Nieuw-Amelisweerd. Na enkele andere speellocaties, onder andere in het dorpje Oud Zuilen, vond LNA in 1996 een toevluchtsoord in het badhuis van Moira, wat niet betekende dat er fusieplannen zouden bestaan. Die kwamen pas veel later, toen Moira al verhuisd was naar het Rode Kruisgebouw. In september 2013 werd LNA formeel opgeheven, gingen de leden over naar Moira-Domtoren en ging het team verder als Moira-Domtoren 3 (LNA), welke toevoeging een paar seizoenen later helemaal werd weggelaten. 

Studentenschaak en Paul Keres

De oudst bekende studentenschaakclub in Utrecht was Sessa, opgericht in 1878 en waarschijnlijk verdwenen rond 1900.

De grote Utrechtse studentenverenigingen hadden hun eigen schaakclubs. Een daarvan was Utrechtse Schaak- & Bridgevereniging Lasker van het Utrechts Studenten Corps. Lasker werd in 1908 opgericht en ging formeel in 1968 op in Utstud (zie onder). Bij het Corps werd later de oude naam Lasker weer gevoerd en deed men of er nooit een fusie geweest was. Lasker is als een zeldzame plant: de club lijkt af en toe uitgestorven, maar duikt telkens weer op. Op 1 november 1991 wordt het in het plaveisel aangelegde schaakbord op het Janskerkhof officieel in gebruik genomen door de gemeente en Lasker. En in 2012 en 2013 werd een schaaktoernooi door de U.S.S.B. Lasker georganiseerd. Aan het Hans Sandbrink Memorial op 4 september 2016 deed een bescheiden delegatie van Lasker mee.

Het schaakbord op het Janskerkhof, juni 2017.

De studentenvereniging Unitas had een zogenaamde ontspanningssubvereniging die zich met bordspelen bezighield, Stukken & Schijven (opgericht in 1910). Schaken nam een vooraanstaande plaats in, want Stukken & Schijven heeft op zeker moment drie tientallen gehad en speelde zelfs 2e klasse KNSB.

Ook aan studentenvereniging Veritas was een schaakclub gelieerd, Caïssa, opgericht in 1946. De club speelde in een van de bovenzalen van de sociëteit van Veritas.

Een verdergaande samenwerking in de jaren vijftig in de Utrechtse Studenten Sport Stichting (USSS) bracht de schakers op een idee: “Dat kunnen wij ook.” In 1968 vormden Lasker, Stukken & Schijven en het clubje van Caïssa samen het nieuwe Utstud. In het Utrechts Archief bevinden zich de statuten van de “intercorporaire schaak– en damvereniging Utstud” uit het oprichtingsjaar.

Na deze fusie ontstonden binnen enkele studentenverenigingen opnieuw schaakclubjes, die het bekende kwakkelbestaan hervatten. Lasker was een van die clubjes, zoals gezegd.

Met deze vereende krachten drong Utstud snel door tot de eerste klasse KNSB. Na de openstelling voor niet-studenten kwam op de jaarvergadering van Utstud in 1975 de logische vraag of de naam van de vereniging de lading nog wel dekte. Iedereen was het erover eens dat het aanhangsel ‘-stud’ een studentikoos overblijfsel was. In 1975 ging Utstud verder onder naam Paul Keres, genoemd naar de Estische schaker die dat jaar op 5 juni was overleden.

UCS De Rode Loper

Het is opmerkelijk dat UCS De Rode Loper de enige, nog bestaande, grote Utrechtse club is die nooit is gefuseerd en dus volhardend zichzelf is gebleven.

De Utrechtse Christelijke Schaakvereeniging, zoals de club aanvankelijk heette, werd opgericht in 1930. U.C.S. (zoals de club toen werd aangeduid) kampte in de jaren vijftig eveneens met een teruglopend ledenaantal, alsmede met bestuurlijke perikelen. De club redde het toen zonder fusies, maar in 1967 werd een absoluut dieptepunt bereikt: 29 leden. Het voorstel van De Dom om samen te gaan met Tuindorp en U.C.S. werd echter afgewezen.

De grootste verandering is misschien de naamswijziging in 1985. Het christelijke karakter van de club werd door de leden niet meer als representatief gevonden. Men stelde voor om de C. te schrappen of een geheel nieuwe naam te kiezen. Het werd een compromis: UCS De Rode Loper. De toevoeging is verzonnen door Paul Wilders.

Andere clubs

En dan was er nog de Utrechtsche Arbeiders Schaakclub, opgericht in 1937, volgens één bron alweer opgeheven in 1939. Deze club speelde geregeld tegen Oud Zuylen.

De Provinciale Utrechtse Electriciteits Maatschappij had zijn eigen schaakclub, bekend onder de naam PUEM, opgericht in 1932. In zekere periode werden bij PUEM op woensdagavonden wedstrijden om het SGS-kampioenschap gespeeld. Een andere bedrijfsschaakclub was die van de P.T.T., het aloude Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie.

Er was nog een Utrechtse Chr. Jeugd S.V. Ons Genoegen, opgericht in 1941. Deze jeugdclub speelde eerst in de Da Costaschool aan het Brederodeplein, later in een wijkgebouw aan de Waalstraat.

De schaakafdeling van S.S.V.U. (Spoorweg Sport Vereniging “Utrecht”) was opgericht in 1943 en speelde in de kantine van Hoofdgebouw I van de NS. Enkele sterke schakers van de S.S.V.U. wilden begin jaren vijftig hoog extern gaan spelen. Maar via de S.S.V.U. zouden ze helemaal onderaan in de 4e klasse SGS moeten beginnen. Dat was beneden hun stand. Daarom richtten zij in 1951 een nieuwe club op: de N.U.S.V. (Nieuwe Utrechtse Schaakvereniging). Via deze omweg dachten ze sneller aan de landelijke competitie te kunnen doen. N.U.S.V. was dus in feite een afsplitsing van de S.S.V.U. En er bestond dan ook de nodige onderlinge rivaliteit. Toch moest ook de N.U.S.V. uiteindelijk in de 4e klasse SGS beginnen. De eerste twee seizoenen promoveerde N.U.S.V. 1, maar hoe het verder ging, weten we niet. De club heeft in elk geval vijf seizoenen bestaan.

Heel weinig is bekend over U.S.C.O., actief in het seizoen ’48-’49. De club had een team in 4e klasse SGS en speelde in Gebouw Vriendenkring “Oudwijk”, Brigittenstraat 1. De afkorting zou dus “Utrechtse Schaakclub Oudwijk” kunnen betekenen. Een bewijs daarvan hebben we echter niet.

Nog twee obscure schaakclubjes: Willem van Noort en O.B.K. De club Willem van Noort had ongetwijfeld banden met de wijk rond het Willem van Noortplein en speelde in elk geval met twee teams in de SGS, waarvan een in de vierde klasse. O.B.K. was de schaakclub van de Willem Arntzstichting. Waar de afkorting O.B.K. voor stond, is niet met zekerheid bekend, waarschijnlijk het in die tijd gebruikelijke “Oefening Baart Kunst”. De club had een team in de 4e klasse SGS, soms ook vermeld als “W. Arntz 1”.  Willem van Noort en O.B.K. zijn opgeheven rond 1951.

We maken een sprong in de tijd. P.C.A. de Damrakkers is opgericht als vriendenclub in 1993. Deze club speelt met één achttal in de SGS en maakt daarbij sinds 2007 gebruik van de faciliteiten van De Rode Loper aan de Boorstraat op woensdagavond. P.C.A. staat voor Professional Chess Association. U begrijpt het al: de naam van deze club is niet al te serieus bedoeld en dateert uit de tijd dat Gary Kasparov en Nigel Short hun eigen schaakbond PCA oprichtten.

In het topjaar hadden de Damrakkers 22 leden. Toen het ledental terugliep, leidde dat tot een flirt met het schaakclubje Loper te Paard. De sfeer in buurthuis Spirit leek evenwel niet goed aan te sluiten (qua drinken en vooral roken), zodat men van een fusie afzag. Toevalligerwijs was Loper te Paard ook in gesprek geraakt met een fanatiek clubje huisschakers van het Botanisch Lab. Voor een aantal van hen bleek een overstap naar Loper te Paard evenmin aantrekkelijk. In plaats daarvan sloten deze ‘Botlabbers’ zich aan bij de Damrakkers. Dit luidde mede het einde van Loper te Paard in, maar was tegelijkertijd de redding van de Damrakkers.

Het genoemde Loper te Paard heeft van 2002 tot 2005 bestaan. Oprichters waren Paulus van Gent en Foeke C.C. Buitenrust Hettema. Drijvende kracht was Pascal Boittin. Het clubje speelde met een achttal in de SGS, tot een teruglopend ledenbestand (Damrakkers, bedankt!) en het overlijden van Bert van de Grift in juni 2005 tot opheffing leidde.

Jeugdschaakclub Magnus Leidsche Rijn is begonnen op 30 maart 2012 met een groot openingsfeest. Magnus werd officieel opgericht op 2 juli 2012, is uiteraard genoemd naar wereldkampioen Magnus Carlsen. De club groeide in korte tijd uit tot de grootste schaakvereniging van Utrecht. In de externe competitie spelen ook volwassenen mee.

Ook Schaakgenootschap Het Koningsgambiet, dat zetelde in Overvecht, was slechts een kort leven beschoren. In het seizoen 2014-2015 kwam het met één viertal uit in de SGS-competitie.

En tot slot twee initiatieven van Pascal Boittin, in feite geen clubs, maar toch onlosmakelijk verbonden met schakend Utrecht. Ten eerste Hot-Spirit, een maandelijks snelschaaktoernooi dat in 2002 in Buurthuis Spirit in de wijk Lombok begon en dat sinds 2016 wordt gehouden in Buurthuis Rosa in dezelfde buurt, waar relatief veel schakers wonen. Ten tweede Vrij Utrecht Schaak (VUS). Nadat de interne competitie van Schaakclub Utrecht in januari 2016 ophield wegens de fusie met Oud Zuylen, ontstond er een leegte op de donderdagavond. Dit gat werd tijdelijk opgevuld door de vrije inloopavond van VUS. Maar in de zomer van 2016 besloot Paul Keres naar de donderdagavond te verhuizen, waarmee VUS in feite overbodig werd. Eind juni 2016 vond de laatste avond plaats.

In verband met de bouw van de Vinex-locatie Leidsche Rijn werd De Meern op 1 januari 2001 ingelijfd bij de gemeente Utrecht. Schaakvereniging TRIO (“Tot Roem in Overwinning”) werd al opgericht in 1931 en bestaat nog altijd in de huidige wijk Utrechtse wijk Vleuten-De Meern.

 

Naam club Opgericht Gewijzigd
Utrechtsche Schaakvereeniging 1871 Opgegaan in de Nederlandsche Schaakbond
Sessa 16 november 1878 Verdwenen rond 1900
Schaakclub Utrecht 5 oktober 1886 Vanaf 1 juni 2016 Oud Zuylen Utrecht
Utrechtsche Werkliedenschaakvereniging 1888 Opgeheven rond 19150
Schaakmat onbekend Opgeheven rond 1920
Damesschaakvereniging Utrecht 1897 Opgeheven rond 1915
Schaak- & Bridgevereniging Lasker 2 oktober 1908 Ging op in Utstud in 1968, maar bestaat nog
Stukken en Schijven 28 oktober 1910 Ging op in Utstud in 1968
Zuilen 7 oktober 1927 In 1954 opgegaan in De Dom
S.C. P.T.T. 20 maart 1937 Opgeheven voor 1966, datum onbekend
R.K.S.V. “M.A.T.” (Met Alle Toeweiding) 10 september 1935 Opgeheven in 1965
S.C. Oog in Al 24 maart 1928 Opgegaan in Kanaleneiland in 1966
UCS De Rode Loper 25 november 1930 UCS (Utrechtse Christelijke Schaakvereniging) werd in 1985 gewijzigd in UCS De Rode Loper
S.V. T.R.I.O. (“Tot Roem in overwinning”) 3 november 1931 Tot op heden, gevestigd in De Meern.
Het Sticht 17 mei 1932 Opgeheven op 1959, ging op in Oud Zuylen
PUEM 8 juli 1932 Opgeheven, datum onbekend
De Dom 4 januari 1934 Fusie met Tuindorp tot De Dom-Tuindorp (DTU)
Schaak- en damclub Tuindorp 17 oktober 1936 Fusie met De Dom tot De Dom-Tuindorp (DTU)
Oud Zuylen 11 november 1936 Vanaf 1 juni 2016 Oud Zuylen Utrecht
Utrechtsche Arbeiders Schaakclub 1937 Opgeheven in 1939
Utrechtse Chr. Jeugd S.V. Ons Genoegen 17 september 1941 Onbekend
Demka 1942 of eerder Opgegaan in Oud Zuylen in 1966 of later
P.V.W.U. 24 april 1942 1 september 1954 gefuseerd met Oud Zuylen
S.S.V.U. (Spoorweg Sport Vereniging “Utrecht”) 1 oktober 1943 Onbekend
Caïssa 5 juni 1946 Ging op in Utstud in 1968
Willem van Noort Onbekend Opgeheven in 1951
U.S.C.O. Rond 1948 Rond 1949
O.B.K. (W. Arntz) Onbekend Opgeheven in 1951
N.U.S.V. (Nieuwe Utrechtse Schaakvereniging) 14 september 1951 Heeft in elk geval tot 1956 bestaan
De Stichtse Toren 1 mei 1952 Opgeheven tussen 1956 en 1960
Moira 1 september 1957 Fusie met DTU, verder als Moira-Domtoren
Kanaleneiland – Goede Zetten Zat (GZZ) 9 augustus 1961 In 2012 opgeheven, ging op in Oud Zuylen
Dam- en Schaakvereniging “Overvecht” 1966 of later In juni 1993 schaakafdeling opgeheven
Utstud – Paul Keres 1968 In 1975 omgedoopt in Paul Keres
PCA De Damrakkers 8 september 1993 Vanaf 2007 te gast bij De Rode Loper
Landgoed Nieuw-Amelisweerd 1987 14 september 2013 opgegaan in Moira-Domtoren
Loper te Paard 14 juni 2002 Opgeheven 1 juni 2005
Schaakgenootschap Het Koningsgambiet 2014 Opgeheven in 2015
Hot Spirit 18 januari 2002 Tot op heden
Magnus Leidsche Rijn 2 juli 2012 Tot op heden
Vrij Utrecht Schaak 14 januari 2016 Gestopt op 30 juni 2016

 

Bronnen
  1. Eeuwig schaak. Honderd jaar Schaakclub Utrecht 1886-1986.
  2. Word maar geen lid van Oud Zuylen. Een fusieclub uit de crisisjaren bestaat zestig jaar (1936-1996).
  3. Van Heutink tot Heesen. UCS De Rode Loper 75 jaar (uitg. november 2005)
  4. Qui perd gagne! Schaakclub Utrecht 1886-2011.
  5. Jaarboek 2015-2016. Oud Zuylen Utrecht, jubileumuitgave.
  6. Archief Utrechts Nieuwsblad.
  7. Archief Oud Zuylen
  8. Mededelingenbladen SGS.

Dit (aangepaste) artikel is voor het eerst verschenen in Jaarboek 2015-2016 van Schaakclub Oud Zuylen Utrecht. ©Alwin van Ee

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

The 10 most interesting older chess players ever

Viktor Korchnoi
Viktor Kortsjnoj

Hoewel het topschaak tegenwoordig wordt gedomineerd door pubers en krap-twintigers, hoor je wel eens dat er van vergrijzing in de schaaksport sprake is. Dat geldt voor de wereldtop dus in elk geval niet: de beste schakers worden steeds jonger. Mooiste voorbeeld is Magnus Carlsen, op zijn 13e al grootmeester en nu al voor de voor de tweede maal wereldkampioen. Dat is allemaal mooi, maar er zijn genoeg ouderen die dit spel nog op hoog niveau beoefenen. Het gaat ons thans om de oudgedienden, de diehards, de veteranen, de zeer taaien. Een ietwat gekleurde toptien:

1. Johan Wilhelm van Hulst (Amsterdam, 28 januari 1911), werd in 1937 al kampioen van UCS De Rode Loper en won op 95-jarige leeftijd nog het Corus-schaaktoernooi voor (ex-)parlementariërs. In 2010, vlak voor z’n 99ste verjaardag, won hij het toernooi opnieuw, zij het gedeeld. Hij heeft zowel tegen Max Euwe als Anatoli Karpov remise gespeeld – weliswaar in simultaans, maar toch. Hij is erelid van Schaakvereniging Caïssa in Amsterdam. Op zijn honderdste zei hij: “Ik schaak mijn hele leven al en kan het nog steeds niet.” Prof. Van Hulst schaakt nog altijd op zijn 103de.
2. Joeri Averbach (1922) is op dit moment de oudst levende grootmeester. Bijna iedere schaker kent zijn standaardwerkje Wat iedere schaker van het eindspel moet weten en uiteraard de Averbachvariant van het Konings-Indisch.
3. Henk Bloemink (1924), lid van Oud Zuylen Utrecht sinds 1945, erevoorzitter van deze club en de laatste jaren immer aanwezig in het veteranenkampioenschap van de SGS. Zijn reeks overwinningen, al of niet bewerkstelligd door gewaagde pionzetten, is indrukwekkend.
4. Viktor Kortsjnoj (1931-2016) speelde nog op grootmeesterniveau toen hij 81 was. In 2005 stond hij nog in de top 100 van de wereld op zijn 74ste. Op zijn 77ste won hij het kampioenschap van Zwitserland. In 2011 won hij van Fabiano Caruana, op dat moment al vijfde van de wereld.
5. Svetozar Gligoric (1923-2012) was 89 toen hij overleed. Op dat moment was hij de op één na oudste grootmeester. Op zijn oude dag had hij nog aardig piano leren spelen en op zijn 88ste nam hij een CD op.
6. William Steinitz was met 58 jaar de oudste oud-wereldkampioen, voordat hij zijn titel verloor aan Emanuel Lasker op 6 mei 1894.
7. Edward Lasker (1885-1981) schaakte tot zijn dood op zijn 95ste. Hij speelde nog altijd correspondentiepartijen. In 1961 kreeg hij de titel Internationaal Meester. Daarnaast was hij ook go-meester.
8. Miguel Najdorf (1910-1997) schaakte op zijn 87ste nog tot de laatste snik. Toen hij 81 was, deed hij nog mee aan het vanouds sterke kampioenschap van Argentinië.

Jacques Mieses, rond 1900
Jacques Mieses, rond 1900

9. Jacques Mieses (1865-1954) stierf toen hij 89 was. Hij gaf nog simultaans op zijn tachtigste. Hij werd pas grootmeester toen hij 85 was, maar dat is omdat de FIDE de titel Internationaal Grootmeester pas in 1950 in het leven riep.
10. Vasili Vasiljevitsj Smyslov (1921-2010) was de oudste kandidaat voor het wereldkampioenschap, toen hij 61 was. Hij werd tweede tijdens de Interzonale in Las Palmas in 1982. In 1988, op de fraaie leeftijd van 67 jaren, was hij de oudste die ooit aan het kampioenschap van de Sovjet-Unie meedeed. Hij werd wereldkampioen bij de senioren op zijn 70ste en won de Staunton Memorial in Groningen toen hij 75 was. Op zijn 81ste hield hij het voor gezien omdat zijn ogen hem in de steek lieten, maar hij had nog altijd een rating van 2500.

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Tot vreugde der aanwezigen: Euwe – Norbruis

simultaanMaxEuwe1951
Max Euwe doet een zet tegen Obbe Norbruis. Naast hem met sigaret de gemeentesecretaris van Zuilen, A.J. v.d. Weerd. (Foto UN, 23-11-1951)

In november 2013 was ik met Arnold Heesbeen in het Museum van Zuilen, niet alleen om de roerige geschiedenis van Werkspoor te bekijken (Arnolds vader werkte daar), maar we waren er ook als schakers. De gastvrije directeur Wim van Scharenburg, die wonderbaarlijk veel weet te vertellen over Zuilen, zei ons dat het schaakspel van de heer H.H.K. Klijnsma nog aanwezig is in het depot van het museum, alsmede de jeneverglaasjes waar de heren tijdens de beginjaren van onze club uit dronken. Klijnsma, hoofd van de Christelijke lagere school aan de Daalsedijk, was een van de oprichters van Schaakclub Oud Zuijlen. In die tijd varieerde de spelling nogal: Zuilen, Zuijlen en Zuylen werden vrolijk naast elkaar gebruikt.
We hoopten in het museum ook meer te weten te komen over Obbe Norbruis, oud-burgemeester van Zuilen en vooraanstaand lid van onze club. Arnold Heesbeen heeft nog in de jaren vijftig tegen hem gespeeld. Als enig jeugdlid van de club had hij uiteraard veel ontzag voor de heren notabelen, die elkaar tijdens ledenvergaderingen soms flink in de haren zaten, aldus Arnold. Vooral de burgemeester moet nogal een flamboyante figuur zijn geweest. Alom aanwezig, maar correct. Zo gebeurde het dat Arnold, een jongen nog, een kop koffie bestelde, in de veronderstelling dat de verversingen gratis waren. Toen de koffiejuffrouw wilde dat hij afrekende, bleek dat hij geen geld van zijn ouders had meegekregen. De vrouw was hier niet van gediend en begon hem op luide toon de les te lezen. Norbruis kreeg hier lucht van en wees haar terecht. Die jongen hoefde niet te betalen! Geen sprake van! De burgemeester betaalde voor hem!

Euwe-Norbruis1951In het kleine museum aan de Amsterdamsestraatweg valt veel te zien, maar mijn aandacht ging vooral uit naar een onooglijk papiertje: een notatiebiljet dat was gebruikt tijdens de simultaan die Max Euwe in 1951 gaf ter ere van de opening van de Schaakwijk in Zuilen. Het was de legendarische simultaan waarin Cor Olij, vader van Huib, van Euwe won en waarin burgemeester Norbruis remise behaalde. In een onbekende krant, niet zijnde het Utrechts Nieuwsblad (zoals in het jubileumboek verondersteld), was het volgende te lezen:

Dr Euwe speelt sterk simultaan te Zuilen. Winst voor C. Olij, vier remises, o.a. tegen burgemeester

Er hing een intens spannende sfeer gistermiddag in het Juliana-restaurant te Zuilen. Twee en dertig plaatselijke schakers gaven onze nationale schaakkampioen, dr. Max Euwe partij, die een simultaan séance hield ter gelegenheid van de opening van de schaakwijk. Dr Euwe won 27 partijen, verloor er één tegen de heer C. Olij (Oud-Zuylen) en speelde er vier remise: tegen burgemeester O. Norbruis, ds. Van Royen, de heer S. de Vries (hoofd Chr. School Bisschopsplein) en de heer A. v.d. Steen (Werkspoor).

(….)Burgemeester Norbruis hield de stelling geheel in evenwicht, nadat al spoedig de dames waren geruild. Toen nam de burgervader het initiatief door een opmars met zijn h-pion, hetgeen echter geen beslissing bracht. De pionnen werden in elkaar geschoven, waardoor geen van de spelers zonder groot risico iets kon ondernemen. Dr Euwe bood dan ook op de 30e zet remise aan, hetgeen de heer Norbruis gaarne accepteerde. Daarna trok de partij van de Oud Zuylen-speler Olij de meeste aandacht. Deze wist door een fraai schijnoffer van zijn loper op h3 een pion te winnen en vervolgens te forceren dat alle stukken, behalve een toren, werden afgeruild. Daar hierbij een tweede pion van Euwe verloren ging, gaf Euwe het hopeloze eindspel op.

Uit het Utrechts Nieuwsblad van 23 november 1951 het volgende fragment:

De heer Norbruis bewees, dat hij niet alleen voortvarend burgervader, maar ook een vlot schaker is. Dr. Euwe slaagde er niet in, ergens in het voordeel te komen. De stelling kreeg een gesloten karakter zonder kans op leven. Tot vreugde der aanwezigen bood Euwe op de 30ste zet remise aan, hetgeen de heer Norbruis uiteraard accepteerde. Ook aan de overige borden gaven de Zuilense schakers goed partij, hetgeen voor dr. Euwe aanleiding was, aan het einde van de seance zijn lof uit te spreken over het Zuilense schaakpeil.

Maar nu het notatiebiljet. Wim van Scharenburg was zo aardig om een kopie voor ons te maken. De gehele partij staat helaas niet op het formulier, maar wel de notatie van de slotstand en handtekeningen van Max Euwe, Obbe Norbruis en een aanwezige schaakjournalist, die er ‘Bravo!’ bij heeft geschreven.
Euwe was degene die remise aanbood. We weten evenwel niet wie er in de slotstelling aan zet was. Vermoedelijk was het Norbruis, want als de voormalige wereldkampioen aan zet geweest zou zijn, had hij wel doorgespeeld. Wit staat actiever. Zwart moet zijn passieve toren op g5 zien te bevrijden met g6.
Men vergelijke de twee situaties: met zwart aan zet bereikt wit weliswaar iets betere stellingen, maar het is nog niet eenvoudig dit te winnen. Was Euwe aan zet geweest, dan had hij de partij waarschijnlijk met gemak tot winst gevoerd (analyse AvE).