Tot vreugde der aanwezigen: Euwe – Norbruis

simultaanMaxEuwe1951
Max Euwe doet een zet tegen Obbe Norbruis. Naast hem met sigaret de gemeentesecretaris van Zuilen, A.J. v.d. Weerd. (Foto UN, 23-11-1951)

In november 2013 was ik met Arnold Heesbeen in het Museum van Zuilen, niet alleen om de roerige geschiedenis van Werkspoor te bekijken (Arnolds vader werkte daar), maar we waren er ook als schakers. De gastvrije directeur Wim van Scharenburg, die wonderbaarlijk veel weet te vertellen over Zuilen, zei ons dat het schaakspel van de heer H.H.K. Klijnsma nog aanwezig is in het depot van het museum, alsmede de jeneverglaasjes waar de heren tijdens de beginjaren van onze club uit dronken. Klijnsma, hoofd van de Christelijke lagere school aan de Daalsedijk, was een van de oprichters van Schaakclub Oud Zuijlen. In die tijd varieerde de spelling nogal: Zuilen, Zuijlen en Zuylen werden vrolijk naast elkaar gebruikt.
We hoopten in het museum ook meer te weten te komen over Obbe Norbruis, oud-burgemeester van Zuilen en vooraanstaand lid van onze club. Arnold Heesbeen heeft nog in de jaren vijftig tegen hem gespeeld. Als enig jeugdlid van de club had hij uiteraard veel ontzag voor de heren notabelen, die elkaar tijdens ledenvergaderingen soms flink in de haren zaten, aldus Arnold. Vooral de burgemeester moet nogal een flamboyante figuur zijn geweest. Alom aanwezig, maar correct. Zo gebeurde het dat Arnold, een jongen nog, een kop koffie bestelde, in de veronderstelling dat de verversingen gratis waren. Toen de koffiejuffrouw wilde dat hij afrekende, bleek dat hij geen geld van zijn ouders had meegekregen. De vrouw was hier niet van gediend en begon hem op luide toon de les te lezen. Norbruis kreeg hier lucht van en wees haar terecht. Die jongen hoefde niet te betalen! Geen sprake van! De burgemeester betaalde voor hem!

Euwe-Norbruis1951In het kleine museum aan de Amsterdamsestraatweg valt veel te zien, maar mijn aandacht ging vooral uit naar een onooglijk papiertje: een notatiebiljet dat was gebruikt tijdens de simultaan die Max Euwe in 1951 gaf ter ere van de opening van de Schaakwijk in Zuilen. Het was de legendarische simultaan waarin Cor Olij, vader van Huib, van Euwe won en waarin burgemeester Norbruis remise behaalde. In een onbekende krant, niet zijnde het Utrechts Nieuwsblad (zoals in het jubileumboek verondersteld), was het volgende te lezen:

Dr Euwe speelt sterk simultaan te Zuilen. Winst voor C. Olij, vier remises, o.a. tegen burgemeester

Er hing een intens spannende sfeer gistermiddag in het Juliana-restaurant te Zuilen. Twee en dertig plaatselijke schakers gaven onze nationale schaakkampioen, dr. Max Euwe partij, die een simultaan séance hield ter gelegenheid van de opening van de schaakwijk. Dr Euwe won 27 partijen, verloor er één tegen de heer C. Olij (Oud-Zuylen) en speelde er vier remise: tegen burgemeester O. Norbruis, ds. Van Royen, de heer S. de Vries (hoofd Chr. School Bisschopsplein) en de heer A. v.d. Steen (Werkspoor).

(….)Burgemeester Norbruis hield de stelling geheel in evenwicht, nadat al spoedig de dames waren geruild. Toen nam de burgervader het initiatief door een opmars met zijn h-pion, hetgeen echter geen beslissing bracht. De pionnen werden in elkaar geschoven, waardoor geen van de spelers zonder groot risico iets kon ondernemen. Dr Euwe bood dan ook op de 30e zet remise aan, hetgeen de heer Norbruis gaarne accepteerde. Daarna trok de partij van de Oud Zuylen-speler Olij de meeste aandacht. Deze wist door een fraai schijnoffer van zijn loper op h3 een pion te winnen en vervolgens te forceren dat alle stukken, behalve een toren, werden afgeruild. Daar hierbij een tweede pion van Euwe verloren ging, gaf Euwe het hopeloze eindspel op.

Uit het Utrechts Nieuwsblad van 23 november 1951 het volgende fragment:

De heer Norbruis bewees, dat hij niet alleen voortvarend burgervader, maar ook een vlot schaker is. Dr. Euwe slaagde er niet in, ergens in het voordeel te komen. De stelling kreeg een gesloten karakter zonder kans op leven. Tot vreugde der aanwezigen bood Euwe op de 30ste zet remise aan, hetgeen de heer Norbruis uiteraard accepteerde. Ook aan de overige borden gaven de Zuilense schakers goed partij, hetgeen voor dr. Euwe aanleiding was, aan het einde van de seance zijn lof uit te spreken over het Zuilense schaakpeil.

Maar nu het notatiebiljet. Wim van Scharenburg was zo aardig om een kopie voor ons te maken. De gehele partij staat helaas niet op het formulier, maar wel de notatie van de slotstand en handtekeningen van Max Euwe, Obbe Norbruis en een aanwezige schaakjournalist, die er ‘Bravo!’ bij heeft geschreven.
Euwe was degene die remise aanbood. We weten evenwel niet wie er in de slotstelling aan zet was. Vermoedelijk was het Norbruis, want als de voormalige wereldkampioen aan zet geweest zou zijn, had hij wel doorgespeeld. Wit staat actiever. Zwart moet zijn passieve toren op g5 zien te bevrijden met g6.
Men vergelijke de twee situaties: met zwart aan zet bereikt wit weliswaar iets betere stellingen, maar het is nog niet eenvoudig dit te winnen. Was Euwe aan zet geweest, dan had hij de partij waarschijnlijk met gemak tot winst gevoerd (analyse AvE).

Simultaan tegen Donner, 1976

Albin_Planinc_vs._Jan_Hein_Donner_at_Wijk_aan_Zee_1973In november 2014 werd ik benaderd door Ron de Haas, lid van onder meer schaakclub Vianen. Hij verzamelt al vele jaren partijen die zijn gespeeld door Hein Donner. De collectie bestaat inmiddels uit ongeveer 1870 partijen met daarin ruim 40 simultaanpartijen. Hij schreef mij: “In mijn zoektocht heb ik ooit onderstaand simultaanpartijtje gevonden. Ik heb het vermoeden dat u hier het slachtoffer bent van Donner.”
Donner,J.H. – Ee,Alwin van (Amersfoort, 1976)
1.e4 c5 2.Pf3 d6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 Pf6 5.f3 a6 6.c4 g6 7.Pc3 Lg7 8.Le3 Dc7 9.Tc1 e6 10.Le2 Ld7 11.0-0 Pc6 12.Pd5 Dd8 13.Pxc6 Lxc6 14.Lb6 Dd7 15.Pc7+ 1-0

Inderdaad kon ik hem bevestigen dat dit knoeipartijtje door mij was gespeeld. Ik was toen pas zeventien. Het was zaterdag 28 augustus 1976. Er vond een zogenaamde ‘Schaakmarkt’ plaats in het kader van de Amersfoortse Keistadfeesten. Plaats des onheils was het Onze Lieve Vrouwekerkhof. Diezelfde middag wist ik ook nog knap van Genna Sosonko te verliezen, maar dit terzijde.

Later bleek dat ook clubgenoot Henk Dissel diezelfde zaterdagmiddag heeft gespeeld! Ook hij was toen zeventien. Zijn partij werd remise.

Op de foto zien we Donner tijdens het Hoogoventournooi spelen tegen Albin Planinc, Wijk aan Zee 1973. Donner verloor deze partij overigens in 22 zetten. Op de achtergrond Ulf Andersson en Vlastimil Hort.

We laten Ron de Haas verder zelf aan het woord.

Voor Ron de Haas was de verzameling korte verliespartijen, gepubliceerd door Tim Krabbé en het boek van Tim Krabbé & Max Pam De Koning de aanleiding om midden jaren tachtig in de vorige eeuw schaakpartijen van Hein Donner te gaan verzamelen. Een computer had hij nog niet, het was dus partijen zoeken en overschrijven. Daarnaast legde hij toernooiuitslagen vast: waar en tegen wie heeft Donner gespeeld in zijn carrière.

Ron de Haas achterhaalde ook de volledige notatie van de partij Donner – Spanjaard, Veenendaal 1961, die vooral bekend is geworden door de blunder van Donner en diens commentaar daarop.

Donner,Jan Hein – Spanjaard,Eduard [E95]
13e Ritmeestertoernooi Veenendaal (2), 20.03.1961

1.d4 Pf6 2.c4 g6 3.Pc3 Lg7 4.e4 d6 5.Pf3 0-0 6.Le2 e5 7.0-0 Pbd7 8.Te1 exd4 9.Pxd4 Pc5 10.f3 a5 11.Le3 Te8 12.Dd2 Pfd7 13.Pdb5 Pe6 14.Tac1 Pdc5 15.f4 Ld7 16.Lf3 Lxb5 17.cxb5 Df6 18.Ted1 Tad8 19.Tc2 c6 20.bxc6 bxc6 21.Pe2 a4 22.Pd4 Pxd4 23.Lxd4 De7 24.Lxg7 Kxg7 25.Dd4+ f6 26.e5 fxe5 27.fxe5 Dxe5 28.Lxc6 Dxd4+ 29.Txd4 Te5 30.Tcc4 Tb8 31.Txd6 Txb2 32.h4 Txa2 33.Ld5 Ta1+ 34.Kh2 Pa6 35.Td7+ Kh6 36.Lg8 g5 37.Txh7+ Kg6 38.h5+ Kf6 39.Tc6+ Kf5 40.Txa6 Kg4 41.Le6+ Kf4

donnerspanjaard42.Tha7?? Th1+ 43.Kxh1 Kg3 0-1

Mr. Ed. Spanjaard beschrijft in zijn rubriek in het Utrechts Nieuwsblad van zaterdag 1 april 1961 de volgende opmerking bij het slot van deze partij: Donner droeg zijn tegenslag zoals het een waar sportman betaamt. Hij vertrok geen spier en zei slechts: “Ja Eduard, zulke dingen kunnen gebeuren.”

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Stijloefeningen

OZ 1 hotseknotsend naar winst (6½-1½, maart 2016)

IMG_20160319_170901Schaakvereniging Almere organiseert ieder jaar een toernooitje met een alternatieve puntentelling dat wisselt van naam: Hatseflats- of Hutseflutstoernooi en dit jaar staat het Hotseknotstoernooi gepland. We zijn benieuwd waar ze volgend jaar mee komen. Het Knasterbast- of Bingobongotoernooi? De dichter Cees Buddingh had er wel raad mee geweten (“Ik ben een blauwbilgorgel, / Als ik niet wok of worgel, / Dan lig ik languit in de zon / En knoester met mijn knezidon.”) Maar alle gekkigheid terzijde. Het gaat ons hier om de wedstrijd Oud Zuylen 1 – Almere 2, KNSB 3D.

Dirk en Huib waren als eersten klaar. Huib sprak van een één-tweetje en patsboem! De partij van van Dirk verliep ietwat subtieler, maar ook hier schrompelde de vijandelijke stelling als een kriks ineen (Buddingh).

Ook Frans won in bingobongostijl. Hij stond heel mooi en het publiek verkeerde al in flubberflabber. Toch ging dat niet zonder krak of mik en hij kwam zelfs wat krakker te staan. Tot zijn tegenstander dacht mat in twee te geven. Er zat echter een knoert van een lek in: hij had een schaakje over het hoofd gezien. Bingo!

Toen uw verslaggever de speelzaal betrad, stond Arie al een licht stuk en een paar pionnen voor. Arie kon daar wel mee overweg en schoof het zonder wok of worgel uit. Intussen zat Ed nogal ontspannen achter het bord, alsof hij languit in de zon lag. Een positioneel stukoffer had hem kennelijk een comfortabele stelling opgeleverd. Hij knoesterde zijn knezidon en knasterde het volle pond.

Jaap leek te gaan winnen maar zijn tegenstander verdedigde goed en wikkelde op gewiekste wijze af naar een eindspel van paard en toren tegen dame. De dame van Jaap was net niet mans genoeg om voldoende pionnen op het bord te houden. Remise derhalve. De halve punten van Marcel en Jan Maarten zorgden er ten slotte voor dat Oud Zuylen ongeslagen bleef. 6½-1½, hatseflats!


Oud Zuylen 3 – De Damrakkers 1 (april 2015)

Het bekende ensemble Oud Zuylen 3 moest wederom musiceren, in dit geval met als gastkoor De Damrakkers. Vorig jaar werd het 7-1 voor ons octet (voor Oud Zuylen was dat de eerste SGS-wedstrijd met het nieuwe speeltempo, inmiddels gesneden koek voor iedereen). Zou dat deze keer ook lukken? Ons eigen knapenkoor was niet compleet: twee tenoren waren op tournee en onze mezzosopraan lag in de lappenmand. Maar wij waren natuurlijk ook door schade en schandknapen wijs geworden en hadden onze gelederen versterkt met twee Bassen en een bariTon (te weten de Bassen Jubels en Lobik, benevens Ton Mackaaij). Alleen de solisten aan de twee hoogste borden zongen een toontje lager: remise voor Harm en verlies voor Ton. Deze dissonanten vielen evenwel in het niet bij het eenstemmige sextet, dat in het slotkoor de zaal tot een dramatisch hoogtepunt bracht, daarbij krachtig ondersteund door de twee invallende Bassen: 6,5-1,5.


OZ 1 – Aartswoud, Io vivat! (december 2015)
dopingcontrol
De Gallische invaller aan bord 7 haalde een nuttig halfje binnen.

In 28 n. Chr. vond De slag in het Woud van Baduhenna plaats, waarbij de opstandige Friezen de Romeinen versloegen. De Romeinen lieten het er voorlopig maar bij. Voor de ongeletterden die de bestseller De Bello Gallico van Julius C. niet hebben gelezen: voorbij de noordgrens van het rijk hadden de Romeinen sowieso niet veel te zoeken, in de onbegaanbare moerassen ten noorden van ons Traiectum wilde niemand wonen, Vinkeveen bestond nog niet en de Frisii waren altijd al een weerbarstig volkje.

Bijna tweeduizend jaar later, afgelopen zaterdag om precies te zijn, trok er een legertje West-Friezen vanuit Aartswoud naar het huidige Utrecht, kennelijk om ons castellum Domus Traiectum te belegeren. Ha! Aartswoud is een dorp bij Lutjewinkel, bekend om de walvisvaarders, toen het nog aan zee lag, lang voor de inpoldering en de Omringdijk, die nog altijd de grens van West-Friesland bepaalt, maar dit terzijde. De gladiatoren van Oud Zuylen werden bijgestaan door een enkele onderworpen Galli?r. Gelukkig was uw geschiedschrijver Appolonius Gaius Crapulus niet geheel toevallig aanwezig (u weet wel, die gevierde collega van Herodotus en Tacitus) om dit treffen vast te leggen voor het nageslacht.

Aanvankelijk leken de Aartswoudianen weinig weerstand te bieden.? Franciscus Sanitus aan bord 3 zegevierde als eerste. Bij Jupiler!

In de partij van Johannus Martinus Arboretum was er niet veel aan de hand, volgens zijn zeggen. Met zwart kon hij kon hij zelfs geen roestig zwaard met handen breken. Toch een heel nuttig gelijkspel na een wat mindere seizoenstart van de oude GZZ-kampioen. Dircus Floridus was ietwat ontevreden over zijn remise en Jacobus van der Tuccetum kwam beter uit de opening. Daarna had hij een zwak momentje, verklaarde hij. Opeens was de boel niet meer te redden. Volgens de ongelukzalige lag het aan de ‘zaterdagmiddag’ en beginnen die partijen volgens hem gewoon te vroeg. Er zijn trouwens ook clubs waar die KNSB-partijen al om 12.00 uur beginnen. Stupiditas vincit!

Arius Nero speelde daarentegen een partij uit ??n stuk. Langzaam maar vastberaden drukte hij de vijand in de hoek en won. Ook Marcellus Otiosus haalde een welkom half punt binnen. Daarna stond het weliswaar 3,5-2,5 voor onze legionairii, maar daarmede was de slag nog niet beslecht. Het werd nog een gespannen situatie. Hubertus Olidus en invaller annex preases Eduardus Editus bleven maar doorvechten, de eerste met een pion achter, de laatste met een pion voor. Terwijl de rest der aanwezigen zich laafde aan het gerstenat, duurden de gladiatorengevechten voort. Nunc est bibendum, riep de geschiedschrijver. (“Nu is het tijd om te drinken” (Henk Horatius, Odes I, 37, 1)) Opgelucht konden we klinken toen beide partijen in remise eindigden. Die van Hubertus was een zwaarbevochten remise. Het publiek dacht even dat hij de winst op zeker moment had gemist, maar de spelers zelf hadden het beter gezien. Remise was een terechte uitslag.

Veldheer Io Fluitarius kon tevreden zijn. Aan de bar galmde het dan ook: Io vivat! Io vivat Nostrorum sanitas!* Publiek was overigens ruimschoots aanwezig. Het volk wilde brood en spelen dat kreeg het ook! Terwijl Leonardus Caesar de arena controleerde op ongedierte, Johannus Gijnitalius nog een offer aan Bacchus bracht, Juditia Amabilis die veldheer Io bijstond, kwam ook dux externus Antonius Maiusculus de manschappen aanmoedigen, daarbij vergezeld door zijn zoon Minusculus. Het resultaat was 4,5-3,5 voor de Oudzuyliaanse krijgers.

Ave! Scacchitori te salutant.

*Hoera, zij leve lang! Hoera, zij leve lang:
de gezondheid van ons ieder!


Bewaren