Archive for the ‘Fotopagina’ Category
‘De parkeerplaats naast de sluis lag bezaaid met lege bierblikjes. De pijlers onder de brug, direct naast de sluis, waren beklad met graffiti. Er was niemand, maar aan de platgetreden grond en het weggesmeten blik was te zien dat dit een ontmoetingsplaats was van mensen. Véél mensen, die elkaar hier ’s avonds of ’s nachts zagen en Joost mocht weten wat voor dingen uithaalden.
“Bah, wat een naargeestige plek. En overal bosjes waar mensen zich kunnen verstoppen”, zei ik.
“Of achter dat bekladde elektriciteitshuisje … volgens mij zie ik iemand staan!” Pat gaf me een por. Ik keek verschrikt die kant uit.
“Held op sokken! Geen hond te bekennen.”
Op het huisje had iemand met rode letters Fak ’m all gespoten.”‘

“Zaten ze daar met een potsierlijke stenen bak! Jullie Nederlanders zijn toch zo goed georganiseerd? En jullie denken dat België een surrealistisch sprookjesland is, waar de vreemdste dingen gebeuren en toch eigenlijk niets, alsof de Bende van Nijvel en Marc Dutroux niets voorstelden. Die Plofsluis is pas surrealistisch!”
(p. 159)
“De bus naar Woerden kwam aanrijden. Woerden? Ik moest bevangen zijn door de warmte. Toch was het een typisch Nederlandse, gele autobus. Langzaam begon het me te dagen: afgedankte Nederlandse bussen werden aan Cuba verkocht. En dit was lijn 608, naar Woerden. Ze waren nog te lui geweest om de letters weg te draaien.”
“Terwijl Mercedes mijn bed opmaakte, ging ik naar het terras op het Prado om een biertje te drinken. Ik was uitgedroogd. De eerste slokken Bucanero had ik nauwelijks genomen of er verschenen twee vrouwen aan mijn tafel, onmiskenbaar meisjes van zeer lichte zeden.”
(p. 55)
“De werkdag zat erop en de straat was verlaten. Dit was een oord voor kerels die werken in pakhuizen en magazijnen. Roestige containers stonden diagonaal op de weg. Uit de muur staken buizen waaruit stoom kwam. Afzuiginstallaties bromden. ”
(p. 31)













