Op zoek naar de resten van Cervantes

Foto AP/ Daniel Ochoa de Olza
Foto AP/ Daniel Ochoa de Olza

Gezocht: man van 68 met 6 tanden en lamme linkerarm. Laatste keer gesignaleerd: rond 1700.

Het oogt als een crime scene. Mensen in witte pakken die speuren naar de stoffelijk overschot van Miguel de Cervantes. En er worden daadwerkelijk forensische technieken gebruikt om gevonden botten te onderzoeken. De zoektocht naar de plaats waar de resten van Cervantes vermoedelijk liggen, is afgelopen zaterdag in concreto begonnen. Plaats delict is Madrid, het Convento de las Trinitarias Descalzas de San Ildefonso in de Calle Lope de Vega, oftewel het nonnenklooster van de Ongeschoeide Trinitariƫrs. Cervantes is in 1616 in dit klooster begraven. De resten werden bijna een eeuw later tijdens een verbouwing binnen het klooster verplaatst maar niemand weet precies waarheen. Het nieuwe gebouw kwam een niveau hoger te liggen en de oude ruimte daaronder is in de loop der eeuwen dichtgegroeid, afgesloten en vergeten.
Tot wetenschappers vorig jaar met een geavanceerde grondradar in de ondergrond 33 alkoven en 3 ongedocumenteerde graven ontdekten. Reden genoeg om met subsidie van de gemeente Madrid een wetenschappelijk onderzoeksteam samen te stellen. Onder de 15 onderzoekers bevinden zich een forensisch antropoloog en zelfs een alpinist die ook speleoloog is. De laatste moet in een uitgegraven gang afdalen en voorzichtig een microcamera in de verschillende nissen naar binnen wurmen om te kijken of de begeerde botjes aanwezig zijn.
Zaterdag (24-1) werden de eerste botresten al uit een graf gehaald. Het is nog niet bekend of het overblijfselen van de grote schrijver betreft. Men denkt hem te kunnen herkennen aan een paar fysieke kenmerken: zo had hij nog maar zes tanden toen hij overleed en was hij tijdens de Slag bij Lepanto in 1571 gewond geraakt aan zijn linkerarm.
DNA-onderzoek is moeilijk: er zijn geen nabestaanden van hem bekend. Mogelijk biedt het graf van zijn zuster uitkomst.
Het onderzoek duurt twee weken.